Zoeken

Pelgrimeren in coronatijd dag 18 Spaubeek - Colmont

Bijgewerkt: mei 16

Het is de eerste zaterdag in mei 2021en het is zonnig. Het verlangen naar warmer weer is groot, maar helaas de natuur gaat zijn eigen weg. De ene dag warm, de andere dag een frisse wind. Vandaag voelt het als lente. Marijke is al een dag van te voren gearriveerd. Na nog wat inkopen zetten we de fiets bij kilometer paaltje 13 km, daardoor kan Evert ook meelopen. We vervolgen onze rit naar het station van Spaubeek waar we de vorige keer afscheid namen van het pad en waar we vandaag starten. Het is een start van een memorabele 3 daagse. We naderen namelijk het eindpunt van het pelgrimspad in Nederland. We lopen meteen weer over een holle weg. Uitgesleten door regenval. Deze wegen zoeken hun eigen loop net als de rivieren. Wauw het is toch echt lente dat zien we door de bloesems en de explosie aan uitlopend groen langs de paden. Werden we twee wandelingen geleden nog in onszelf naar binnen getrokken door het extreem koude weer, nu is onze blik naar buiten. Overal plantjes die ik fotografeer alsof ik voor het eerst een paardenbloem zie in mijn leven. Het frisse groen bestaat uit talloze grassen en ineens zie ik een plant die je bij ons in het westen minder ziet, de aronskelk. De komende dag kom ik die tegen in allerlei fases afhankelijk van zijn standplaats ten aanzien van de zon. In de mindfulness richt je je op een van de zintuigen om in het hier en nu te zijn, dat is deze dag het zien.

Natuurlijk komen we weer langs kapelletjes en steken weer kaarsen aan. We zijn er in getraind geraakt om kleingeld op zak te hebben. Dit keer steken we een kaars op voor Germa. Ze zou meelopen maar is ziek. We sturen haar ook gelijk het gebed van Maria's altijd durende bijstand. Kan geen kwaad in een genezingsproces.

We lopen verder tussen goudgele akkers met de voren als fantastische patronen. Ze raken me, ze zijn nog blanco als een onbeschreven blad. Er is gezaaid, en nog niets zichtbaar. Er is in de afgelopen maanden veel gezaaid in mijn leven. Het ene is al zichtbaar, het andere nog in ontwikkeling, maar oogsten ga ik, dat weet ik zeker. De aller eerste wandeldag had ik de wens dichter bij mijzelf te komen en dat is door het wandelen zeker gegroeid. Ik zie een boer met pootaardappelen rijden. Die worden nu de grond in gebracht. Wat zou ik nu nog willen zaaien?

Een heleboel liefde en kalmte wil ik zaaien voor de groeiende groep dierbaren die het moeilijk hebben in deze tijd. Er is veel somberheid, ongemak en ziekte. Pluk maar van mijn akker. Ik gooi er ook een paar bommen wild zaad in, symbolisch voor het onbekende wat gaat komen en waar ik van ga genieten door gewoon te zijn.

Dan gebeurt het bij de lunch. Eindelijk kunnen we op de grond zitten in de zon. Het is behagelijk warm, wat een genot. Genieten van een heerlijk verkwikkende pauze. We delen indrukwekkende verhalen met elkaar. Ik zit op het gras met klaver en als ik zomaar een klaver pluk is het een klavertje vier. Geluk!! Dat is wat ik ook wil zaaien voor iedereen die dit leest. We gaan weer op pad. Evert verruilt het wandelen na 13 km voor fietsen en wij lopen weer de paden op de lanen in. Langs prachtige kastelen, door bossen, langs akkers. We beginnen heel langzaam over de evaluatie van onze tocht. Wat was de leukste stad? Welke plek herinner je je het meest. De stilte momenten hebben op ons allebei veel indruk gemaakt. Thorn was voor Marijke een memorabel moment. Mijn herinnering gaat terug naar het pad dat we in een regenbui liepen en ik zo moe was. We gingen midden op het pad zitten en ik liet een traan. Ik at een banaan en ik kon weer verder. Verder zijn er veel gedeelde gesprekken geweest die ik kan verankeren aan een plek.

De laatste 3 km verlaten we het pad om naar onze overnachtingsplek op de camping te lopen. Oei, dan merk je dat het vakantie is. Het is druk. Maar de douche is geweldig. De nacht heel koud maar dat slaapt heel lekker.


Pelgrimeren in Coronatijd, deel 18 Marijke

Door een verschuiving van een cursusdatum kan ik op vrijdag al afreizen naar het zuiden van het land. Gelukkig maar, want de NS blijkt op zaterdag werkzaamheden te hebben waardoor de toch al lange reis nog eens 45 minuten langer was geweest. Nu kunnen we morgen lekker vroeg beginnen. Evert en Kitty zijn al een paar dagen onderweg. Stiekem ben ik een beetje jaloers op die vrijheid om te gaan wanneer je zin hebt. Ze hebben een prachtige boerencamping gevonden in het Limburgs heuvelland en staan met de nugget onder de bloesembomen van de oude boomgaard die bij de boerderij hoort. Wat een heerlijke plek om een pittige werkweek af te schudden en alvast toe te leven naar onze laatste drie wandeldagen van het Nederlandse deel van de tocht.

De volgende ochtend is het stralend mooi weer! Wat een verschil met de vorige keer. Die sneeuwdagen staan nog vers in het geheugen gegrift. We zijn van winter, nu overgegaan naar zomer. En eerlijk gezegd zijn we daar wel aan toe na die koude voorjaarsdagen. Evert loopt mee vanaf Spaubeek. De route voert langs het spoor en steekt daarna de velden door en leidt ons over een holle weg. Nu met een paar warmere dagen is de natuur ontploft. Overal staan wilde bloemen in bloei. Wat fijn om ze weer te kunnen begroeten! Kitty maakt foto’s en ik geniet van de koekoeksbloemen, salamonszegel en de zich ontvouwende varens. Prachtig hoe de opgerolde, naar binnen getogen jonge varenstengel, zich langzaam opent, uitvouwt en zichzelf laat zien in al haar pracht en stralendheid. Opgetogen wijzen we elkaar de soorten. Blij met al dat nieuwe leven.

We lunchen heerlijk in het gras gelegen, nabij de boerderij waar Evert de fiets heeft gestald. Wat fijn om eindelijk uitgebreid de tijd te kunnen nemen en te genieten van de warme zonnestralen op je huid. Wat heb ik dit gemist! Het werkt in ieder geval ontspannend en dat kan ik wel gebruiken merk ik na de laatste periode. Kitty plukt een klavertje vier uit het gras en is heerlijk verwonderd over haar vondst. Als kind wilde ze het vinden en vond ze het niet, en nu tig jaren later, staat het ineens vlak voor haar neus! Opnieuw hebben we mooie, diepgaande gesprekken en het is leuk dat Evert daar ook aan deelneemt. We zijn toch wel een mooi wandelteam geworden de afgelopen winter zo met zijn drieën. Evert pakt de fiets en gaat via een mooie route terug naar de nugget. Wij lopen via kasteel Puth over een klein paadje richting Voerendaal.

In de kapel van Maria van altijd durende bijstand steken we kaarsen op. Het zijn toch de Maria kapellen die me het meeste doen. In de ochtend passeerden we de Isodoruskapel, maar dat zei me minder. Wellicht komt dit omdat mijn moeder ons vroeger toen we klein waren, meenam in kerken of kapellen en we altijd even bij ‘Maria langs gingen’ om een kaarsje op te steken. Wat zij volgens mij weer van haar moeder had. In ieder geval hebben we vandaag twee keer twee kaarsen voor Germa opgestoken. Ze zou mee lopen maar is onvoldoende hersteld en heeft afgezegd. We hebben elkaar donderdagavond nog even gesproken en beloofd haar in gedachten mee te nemen op de tocht.

We kunnen lopend naar de camping bij Colmont. Evert heeft zuurkool klaar gemaakt en na een heerlijke douche is het smullen geblazen. Opnieuw is het fijn dat iemand voor ons zorgt. Voor mij als single blijft dat toch een beetje bijzonder elke keer. Terugkijkend was het een heerlijke, ontspannen, rustige, zonnige wandeldag. Een schril contrast na de stevige, koude dagen van de vorige etappes.


32 keer bekeken0 reacties