Zoeken

Pelgrimeren in coronatijd dag 16 Thorn - Born 2 verhalen 1 tocht.

Het is woensdag 7 april 2021. Achteraf gezien wordt dit de meest extreme tocht tot nu toe. Marijke heeft al in de camper geslapen vanwege de kou en de vele sneeuw die er al is en voorspeld wordt. We zien bij het wakker worden een witte wereld. Het leuke is dat Marijke en ik een zelfde soort enthousiasme en energie hebben om deze dag aan te gaan. Na het ontbijt nemen we afscheid van Evert. Hij gaat naar huis vanwege een afspraak. We stappen het pad op richting Born met alle kleren aan die we hebben, in mijn geval wollen hemd, wollen t-shirt, wollen trui, donsjack en regenjack, maillot, broek en regenbroek, muts, sjaal en handschoenen. Vooral die laatsten krijgen het zwaar te verduren. Marijke loopt ook nog met haar hele bepakking en ik loop met bepakking voor 1 nacht, want vannacht slapen we in een hotel.

Gelijk op het pad zijn de sneeuw en de gure wind er. Deze striemen in onze gezichten. Door de drie mutsen die we op hebben kunnen we elkaar niet goed verstaan en lopen we al snel in een eigen bubbel. Heel apart is dat we ongemerkt België binnenlopen. Er is een thema deze dag; Welk pad kiezen we? Het boekje geeft het doorgaans prima aan maar als er staat: toekomstig pad en het boekje is 5 jaar geleden gedrukt mag je verwachten dat er dan al een toekomst is. We kiezen een beetje op gevoel een splinternieuwe route en lopen dan op de dijk van de maas. We komen er wel uit maar kloppen doet het boekje niet. Op de dijk is het erg koud. De sneeuw slaat tegen ons aan en de rits van mijn regenjas is hier niet tegen bestand. Bij een stop zie ik dat mijn donsjas eronder nat begint te worden. Ook mijn handschoenen zijn beslist niet waterdicht. Integendeel, ze lijken het vocht op te zuigen. Marijke heeft erg last van haar schoenen. Niet waterdicht en ze bollen op. We lopen verder in onze bubbel. Het is tijd voor een sanitaire stop en wat voeding. We zien een restaurant met overkapping. Gesloten natuurlijk maar het terras biedt genoeg plek. We worden er vrolijk van en kletsen even bij, drinken thee en genieten van de kleine dingen zoals droog zitten op een stoel.

Na deze stop hebben we de wind voor 80% aan de zijkant, daardoor kunnen we weer iets meer om ons heen kijken en lopen we door een sereen wit landschap.

Als we door het kleine plaatsje Aldeneik lopen moet ik ineens weer naar het toilet en dat betekent ook gelijk ergens iets vinden. We lopen net langs een hotel en ik waag de sprong. Voor ik op de deurbel duw doe ik mijn 3 mutsen af en schut mijzelf een beetje in vorm. Ik zet mijn aardigste gezicht op en vraag om toilet gebruik. Natuurlijk mag dat, zegt de oude hotelbaas in het Belgisch. Maar na afloop gebeurt het, met een heftige stem zegt hij dat ik niet eerder weg mag voordat hij het toilet heeft gecontroleerd. Ik riskeer een boete van 20 euro. Poeh, gelukkig had ik proper mijn grote boodschap gedaan. Ik ben weer vrij.

We wandelen over een brug en we zijn weer in Nederland. We lopen door een wit weiland, maar we merken dat de sneeuw langzaam overgaat in regen. Dan lopen we een dorpje binnen met een restaurant to go. Ja, eigenlijk hoeven we niets to go behalve soep, maar even overdekt staan in een warme hal is al heel fijn. Nee, soep is er niet. Heel beleefd vragen we of we een thee kunnen bestellen en dat binnen in de hal op mogen drinken.

De jonge a.s. moeder moet dat aan haar bazin vragen. En dan komt de meest humane dame van die dag tevoorschijn. Natuurlijk mogen we naar binnen. In een inpandige, gezellige ruimte mogen we zitten. We dampen van de nattigheid. We pellen ons uit en even later komen er twee glazen thee, 2 petitfours, een schaal paaseitjes en een bak met koekjes. Alles opgediend op een voorwaarde, zegt de zeer aardige humane dame. Geen publiciteit op facebook of andere sociale kanalen, geen foto's. Wij zeggen niets en genieten van een warme geborgen plek. Dit alles voor 4 euro. Namen noemen we dus niet, maar we zijn de dame meer dan dankbaar. We eten stiekem ook onze boterhammen en zo kunnen we er na een half uur weer helemaal tegen. We lopen een lang stuk asfaltweg langs de meanderende maas. We zien heel in de verte Vissersweert liggen. Ook hier twijfelen we over het pad. Waar is toch die afslag? Hij komt gewoon niet en achteraf was hij er ook niet. Mijn energie niveau daalt. Mijn handschoenen wring ik af en toe uit. Als ik ze weer aantrek geven ze toch weer warmte. Het zijn de laatste loodjes deze dag. Het is nu wel droog maar nog een koude wind. Als we over de sluis bij Born lopen staat er 23.6 km op de teller. Hier pakken we binnen 7 minuten de bus naar Sittard om daar in een hotelletje te overnachten. De instapplaats voor de bus is morgen ons startpunt. Het is een eenvoudig maar warm hotel. We hangen alles uit over de hete radiator. We kijken ondanks de extreme omstandigheden terug op een bijzondere dag. Op zijn corona's bestellen we een pizza, die we in bed opeten. De douche is een weldaad.


Pelgrimeren in Coronatijd deel 16 Marijke


We starten in een sneeuwbui! Dikke vlokken dwarrelen omlaag. De wereld van de witte stad is vandaag volledig getooid in het wit. Evert vindt ons maar stoer. Hij houdt het vandaag voor gezien en rijdt na het ontbijt naar huis. Wij gaan dik ingepakt het winterse weer in. De voorspelling was dat het gisteren de slechtste dag zou zijn, maar vandaag is het vooruitzicht niet best. We lopen langs de beek Thorn uit en wandelen niet veel later België binnen. In Kessenich is een toilet aan de zijkant van de kerk. Daar kunnen we even droog en warm gebruik van maken. Na Kessenich slaan we linksaf het veld in, over de mogelijk ‘toekomstige’ route. We belanden in een witte leegte, met asgrauwe luchten en een ijskoude wind. Er is niemand op straat, deze witte, ruige wereld is vanmorgen helemaal van ons. Wat een bizar weer voor april! Maar ergens vind ik het ook wel bijzonder om zo met de elementen te zijn. Het doet je meer naar binnen keren, weggedoken in je jas. Een wereld vol tinten wit en grijs en vooral leeg en stil (los van de wind die om onze oren raast). Hoe we nu echt gelopen hebben weten we na afloop niet, maar een aantal kilometers volgen we het water, ons enige oriëntatiepunt in deze sneeuwstorm. Net als we bang zijn dat we verkeerd zijn gelopen, komen we via een fietspad aan de rand van een dorp dat al Geistingen blijkt te zijn. Niet veel later volgt de jachthaven en het hotel de Spaanjerd (gesloten). We zijn flink opgeschoten ondanks het ruige weer.

Bij Leeuwerik is de sneeuw overgegaan in natte sneeuw en vinden we een terras met een overkapping. Mijn schoenen zijn volledig doorweekt, alles is nat maar gelukkig blijven we door de beweging wel warm. Een kop hete thee gaat er wel in! Gelukkig wordt het weer iets beter en bereiken we via Aldeneik, Maaseik waar we via de brug terug Nederland in lopen. Banjerend door de sneeuw bereiken we een dorpje waar we bij een hotel met koffie-to-go vragen of we onze thee misschien ergens binnen zouden kunnen opdrinken. We worden door de manager naar een ruimte gebracht met banken waar we even bij kunnen komen van de natte, koude tocht. Snel werken we ook onze lunch naar binnen. Na een half uur kunnen we opgewarmd en aangesterkt weer op pad.

De natte sneeuw is overgegaan in regen, maar al snel wordt het droog. Alleen de wind waait nog lekker om ons heen. We wandelen over de dijk van de Maas met zicht op de rivier. We zouden volgens het boekje via Vissersweert moeten lopen, maar het eerstvolgende dorpje blijkt Illikhoven te zijn. Huh? We zijn sneller bij het dorp dan gedacht en heel Vissersweert hebben we gemist. We snappen er niets van, maar het lijkt vandaag allemaal wel sneller te gaan of zo. Of we kunnen door de sneeuw en de wind niet meer helder nadenken, noch kaartlezen. Even verderop zou een hoeve moeten zijn, die is veranderd in een grindafgraving en de route is omgeleid. Verwart volgend we dan maar de omleiding.

Via de sluis bereiken we aan de overzijde van het Julianakanaal Born, waar we op de bus stappen naar ons hotel in Sittard. Dit was de enige manier om niet te lange afstanden te hoeven lopen op één dag. Morgen gaan we met de bus terug naar Born voor het laatste deel. Het hotel lijkt uitgestorven en we moeten eerst bellen. Tien minuten later komt er iemand aangefietst die het hotel opent. We krijgen onze sleutels en ergens vanavond wordt een ontbijt gebracht voor morgen. Tsja, in coronatijd gaat alles anders. Ook het avondeten, want alles is dicht. Kitty heeft pizza’s besteld die even later worden gebracht bij de nachtingang. Met een grote pizzadoos op schoot zitten we op bed ons avondmaal te nuttigen. Best bizar zo! Maar na zo’n tocht als vandaag is een warme, ruime kamer waar we alles kunnen drogen, een goede, hete douche, een lekker bed en makkelijk eten alleen maar iets om dankbaar voor te zijn.

43 keer bekeken0 reacties