Zoeken

Pelgrimeren in corona tijd deel 4 Reeuwijk-Bonrepas 2 verhalen 1 tocht

Bijgewerkt: feb 1

De omhulling van december en de feestdagen laten we achter ons. Het is 2 januari 2021 en we lopen het licht in. Omdat we steeds verder van ons eindpunt/startpunt wonen besluiten we twee dagen te lopen. Leve de camper maar ook leve Marijke. Ze is een bushcrafter in hart en nieren en slaapt in een klein tentje. We rijden eerst naar Drie Bruggen, daar zetten we de elektrische fiets neer. Evert gaat kijken hoe ver hij kan meelopen met zijn nekhernia, maar naar Drie Bruggen moet lukken. We rijden terug naar Reeuwijk en parkeren de auto, de wandeling kan beginnen. Na korte tijd bereiken we als het goed is de Reeuwijkse plassen, maar er is geen Reeuwijkse plas te zien. Een prachtig pad loopt er dwars door. Puur natuur, een hoop modder en als we goed luisteren is er wat geklots van water te horen. Maar verder dichte mist. De omhulling van de feestdagen laat ons toch nog niet los. Het geeft een gevoel van inkeer, de wereld is klein. En dat is nu precies waar het pelgrimeren over gaat. De prikkels van de omgeving worden buitengesloten. Wat voor boodschap brengt deze tocht? Dan is daar midden op dit pad ineens een verrassing. Daar staat Albert de palingboer met zijn koffie en vis to go. Nee, thee heeft hij niet, jammer genoeg!!! Maar er is een paling net gerookt te koop. Ter compensatie dat er geen thee is fileert hij mijn bestelde paling. En we beloven reclame te maken voor Albert. Dit zijn zulke leuke ontmoetingen. We lopen verder in de mist. Ik loop dit keer met mijn gevonden stok. Wat brengt een stok? Hij geeft steun en behoed me voor vallen op de glibberige modderpaden. Maar ergens na wat kilometers krijg ik last van mijn heup en knie. Omdat ik in de fase van de crone (zie blog2) zit vraag ik me regelmatig af, is dit nog wel een goed plan voor mijn lichaam? Angst komt dan naar boven. Is dit het begin van slijtage? Nu kun je daar in je hoofd mee door blijven lopen maar ik deel het met Marijke. Dan krijgen we het over balans, letterlijk dit keer. Is mijn rugzak goed gepakt? Een stok aan een kant, is dat oke? Het blijkt dat mijn twee waterflessen aan een kant zitten. Ik zoek een nieuwe balans en gebruik de stok niet meer..... een wonder geschiedt, de pijn in mijn rechter been verdwijnt. Mijn les balans zoeken (de reiger, zie blog 1) en communiceren over mijn binnenwereld. Wouw! Mijn wijsheid groeit. In Drie Bruggen lunchen we broodje paling, wat een feest. Evert gaat terug met de fiets naar de camper en rijdt naar onze Kampeerplek. Wij lopen richting Gouda, daar kom je niet zomaar. 7 kilometer door een modderweiland met om de kilometer een hek waar je over heen moet. Maar dan aan het eind is Gouda in beeld en de stroopwafels en Mirjam. Ze is een dierbare vriendin en woont in Gouda. Ze staat langs de route samen met haar man. Zo leuk. Op een bankje pauzeren we, ontvangen van hun stroopwafels en praten even bij. Ze schenken ons ook nog een prachtige kaart met een mooie tekst. Ontroerend. Dan zien we een ontzettend donkere lucht aankomen. Zou dat onze eerste regenbui worden? Als ik opsta loopt er een hond langs me en in een flits neemt hij mijn stok mee. Met veel moeite krijg ik hem terug via zijn baas. Achteraf had ik de stok los moeten laten en aan een volgende eigenaar mogen gunnen. Ik gebruik hem namelijk daarna nooit meer maar het moment is te hilarisch om dat te bedenken. We nemen afscheid en lopen de miezerbui in. Nog 8 km naar onze slaapplek. We lopen prachtig langs de Vlist de avond in. Daar op een kampeerplek bij een boer sluiten we dag 4 af. Een nieuw hoogtepunt, ruim 27 km. Dat voelen we. Maar we schuiven aan bij een heerlijke koolhydraten maaltijd door Evert bereid. Marijke zoekt een plek voor de tent en ik duik op het dak van de camper onder ons dekbed en slaap met zoete dromen.


Pelgrimeren in Coronatijd 4 doorMarijke

We starten de 4e etappe met zon, maar die verdwijnt al snel in de mist. Een dichte mist die boven het koude water van de Reeuwijkse plassen blijft hangen. Het dempt het geluid van de watervogels. Het maakt onze wereld tot een bubble met ons drieën. We zouden over een kleine, lage, smalle dijk moeten lopen tussen de plassen door. Er is echter weinig te zien van de watervlakten waarin we ons bevinden. Een enkele vroege wandelaar of hardloper komt ons tegemoet op deze tweede dag van het nieuwe jaar. Langs de dijk ontwaren we huizen, grote villa’s aan het water. En dan is daar opeens Albert met z’n vers gerookte paling. Kitty koopt er eentje bij hem en Evert trakteert op warme chocomel. Er staan meer mensen op zijn erf en het is een gezellige ontmoeting, die in schril contrast staat met de stilte en de mist van daarnet.

Evert haakt af en wij lopen niet veel later over een grasdijk: de Steinse Tiendweg geheten. Het wordt onze work-out voor deze wandeldag. In het boekje staat alleen maar: ‘vele hekken passeren’. Bedoeld wordt: ‘vele hekken overklimmen!’ In het begin is het wel grappig, maar na 3 kilometer raak je het ook wel weer zat. De weg is modderig en onze schoenen en broek zitten helemaal onder.

We raken net Gouda aan en daar ontmoeten we een vriendin van Kitty. Ze brengt stroopwafels mee! Wat lekker! In de regen gaan we verder. Het deert ons niet. Zolang je warm blijft en in beweging gaat het goed. Kitty heeft ook een stok gevonden maar raakt die bijna kwijt aan een hond! Mijn stok is al mee vanaf de eerste dag. Ik heb ‘m gekregen bij mijn afscheid op het werk, een collega had opgevangen dat ik weer zou gaan lopen. Ik kreeg de stok met de boodschap deze terug te brengen naar waar hij vandaan komt: de Pyreneeën. Dat wordt nog wat nu onze reis naar Rome leidt. Maar wie weet, wandel ik nog wel van Rome door naar Santiago. Want ondanks de routewijziging, weet ik dat ik daar een keer ga komen.

Opnieuw wandelen we het laatste stuk in de schemering. Over het asfalt langs het water kronkelt een lange dijk richting onze overnachtingsplek. Deze blijkt echter verder dan gedacht. Het oranjegouden licht van de ondergaande zon doet de schaduwen van de wilgen spiegelen in het water. Het is windstil. De laatste loodjes blijken weer eens het zwaarst. Volgens Evert staat het campertje met zicht op een molen. We kunnen geen molen ontdekken en het wordt donker. Die molen ontdekken we pas in de ochtend. Moe, maar toch ook voldaan schuiven we na een dikke 27 km de verwarmde camper in, waar al snel een bord stamppot klaar staat. Een mooie start van het nieuwe jaar!





79 keer bekeken0 reacties